In de elektrotechnische wereld
Elektrotechnisch gesproken staat "overdrive" voor het te hard aansturen (oversturen) van een component. Een gevolg hiervan kan zijn dat je last krijgt van "distortion", wat niet meer wil zeggen dan een vervorming, waardoor het ingangssignaal niet meer lijkt op het uitgangssignaal.
Normaal gesproken is deze signaalvervorming door oversturing iets dat je probeert te voorkomen in een versterker (je probeert het geluid zoveel mogelijk te versterken zonder het geluid zelf te beïnvloeden). Voor gitaristen is dit echter het fundament waarop het bekende rock-/metalgeluid is gebouwd. Dit geluid wordt gemaakt door het te hard aansturen van buizen of transistors, waardoor de geluidsgolf wordt afgekapt op de pieken (clippen).
In de gitaarwereld
Gitaristen hebben de oorzaak-gevolg relatie tussen overdrive en distortion losgelaten en hebben deze termen een op zichzelf staande betekenis gegeven (namelijk de classificering van een soort geluid). Hieronder staat een overzicht van een aantal termen die worden gebruikt op het gebied van oversturingsgeluiden. In de praktijk zie je dat deze termen veelvuldig door elkaar worden gebruikt. Dit is dus geen hard overzicht. Wel is geprobeerd de meest algemeen geaccepteerde verklaring van de termen weer te geven.
- scheur
Gitaristen gebruiken deze term als algemene verzamelterm voor oversturingsgeluiden.
- randje / edge
Gitaristen praten wel eens over een "geluid met een randje". Hiermee wordt een geluid bedoeld dat op het grensgebied tussen een clean en een vervormd geluid zweeft. De vervorming is nog niet echt duidelijk hoorbaar, maar het cleane karakter is wel al uit het geluid verdwenen. Bij wat heftiger aanslaan van de snaren komt de vervorming wel naar voren, maar niet zo duidelijk als bij een overdrive geluid.
- crunch
Een lichte bluesy vorm van vervorming. Voortboordurend op het vorige punt zou je dit "geluid over het randje" kunnen noemen. De laatste jaren wordt crunch ook wel gebruikt als aanduiding voor extreme distortion (denk aan metal slaggitaar). Twee heel verschillende betekenissen, dus je zult de echte betekenis waarschijnlijk uit de context moeten halen.
- overdrive
Deze term wordt meestal geassocieerd met het type vervorming dat wordt veroorzaakt door het oversturen van buizen. Buizen hebben de eigenschap dat ze het signaal niet recht "afknippen", maar dat ze het pieksignaal indrukken (compressie). Dit heeft een golf tot gevolg die geen hoekige clipping laat zien, maar een enigszins ronde en afgeplatte (soft clipping, zie afbeelding).
Trefwoorden voor het resulterende geluid: natuurlijk, warm, rond.
- distortion
Deze term wordt meestal geassocieerd met vervorming door transistors. Transistors leveren een heel recht clipping signaal, met scherpe hoeken (hard clipping, zie afbeelding). Deze scherpe hoeken in het signaal zorgen ervoor dat het geluid ook scherper klinkt dan bij overdrive.
Een belangrijk extra verschil tussen overdrive en distortion is dat bij overdrive het signaal niet afgeknipt maar samengedrukt wordt. Alle oorspronkelijke informatie zit dus nog in het signaal, terwijl bij distortion een gedeelte van de informatie verloren gaat. Hierdoor blijft bij overdrive het karakter van de gitaar beter behouden dan bij distortion.
- fuzz
Een fuzz geluid krijg je door een signaal eerst flink te versterken en deze vervolgens hard te laten clippen. Dit zorgt ervoor dat het gitaarsignaal effectief in een soort blokgolf wordt veranderd. Hierbij verlies je dus heel veel informatie uit het signaal. Het resultaat is een zoemerig, synthetisch geluid.