Gitaar.net

 
Wachtwoord kwijt?    Nog geen lid?
Encyclopedie /

Flageolet

Wanneer een snaar in trilling wordt gebracht, dan zal er een golf-patroon in de snaar ontstaan. Dit golf-patroon is niet simpelweg een enkele golf tussen het start- en eindpunt van de snaar, maar een samenstelling van meerdere golven. Deze golven hebben allemaal als eigenschap dat ze precies één keer of meer in de beschikbare trillingslengte van de snaar passen. In het plaatje hiernaast zie je hoe een trillende snaar in een aantal losse golven uiteen kan vallen.

De golf die precies in de trillingslengte past is de grondtoon van het geluid. De golven die twee keer of meer in de trillingslengte passen vormen de boventonen (Engels: harmonics). Doordat deze golven een hogere frequentie hebben, klinken deze ook hoger dan de grondtoon. Al deze golven samen bepalen het uiteindelijke geluid van de gitaar.

Een flageolet wordt gespeeld door te zorgen dat je een gedeelte van de golven dempt en gedeelte niet. Eén van de manieren om dit te doen is een vinger rustig op een plek op de snaar te laten rusten en dan de snaar aan te slaan. De golven die op die specifieke plek een knooppunt hebben, zullen daar niet worden gedempt (de groene golven in het plaatje). De golven die daar een zogenaamde "buik" hebben zullen wel worden gedempt (de rode golven in het plaatje). Hierna kan de vinger van de snaar worden gehaald, waarna de niet gedempte boventonen door zullen klinken.

Omdat je altijd de grondtoon zult dempen (deze heeft immers geen enkel knooppunt tussen het start- en eindpunt van de snaar), houd je alleen maar golven over met een hogere frequentie dan de grondtoon. Het resultaat is dus dat een flageolet altijd hoger zal klinken dan de oorspronkelijke grondtoon.