Mensuur is de maximale lengte die beschikbaar is voor een snaar om te trillen. Op een gitaar is dit ongeveer de afstand tussen de topkam en de brugzadels. Omdat bij moderne instrumenten met frets deze afstand echter iets groter wordt gemaakt dan de gewenste mensuur, ter compensatie van het buigen en oprekken van de snaren door het fretten, is de snaarlengte niet gelijk aan de mensuur. Een betere manier om bij een gitaar de mensuurlengte te bepalen is het meten van de afstand van de topkam tot de twaalfde fret en deze afstand met twee te vermenigvuldigen. Er bestaat geen standaard voor mensuurlengtes van gitaren. Een uitzondering geldt voor klassieke gitaren, die een mensuurlengte van 25,6" hebben. Bij elektrische gitaren geldt dat de mensuurlengte per merk en type gitaar kan verschillen. Fender gebruikt meestal 25,5" en Gibson 24,75", maar ook deze merken maken modellen die afwijken van deze maten. Een kortere mensuur heeft tot gevolg dat snaren minder strak opgespanen hoeven te zijn om een hogere toon te krijgen. Bedenk maar eens dat je de mensuur kunstmatig verkleind door een capo op de eerste fret te zetten. Om de gitaar terug te krijgen in de originele stemmen, zullen nu alle snaren losser gedraaid moeten worden. Omdat de snaarspanning lager is bij een kleinere mensuur, is het makkelijker om bends uit te voeren. Om dezelfde reden kunnen er ook dikkere snaren worden gebruikt, zonder dat het spelen te zwaar wordt. Bij een kortere mensuur staan de frets ook iets dichter bij elkaar. Bij een langere mensuur zal er door de hogere snaarspanning wat meer kracht achter het gitaarsignaal zitten. Wat een gitarist uiteindelijk gebruikt is volledig afhankelijk van wat het beste past bij de persoonlijk speelstijl. |
|||