Tremolo heeft meerdere, geheel eigen betekenissen. Het woordt is afgeleid van het Latijnse "tremere", wat "trillen" betekent.
- Snelle repetitie van een enkele noot
Dit kom je veel tegen in muziek die is geschreven voor instrumenten als de balalaika en de mandoline. Bij deze instrumenten sterft een gespeelde noot erg snel uit. Door nu heel snel een enkele noot te repeteren (meestal door middel van een plectrum, maar op klassieke gitaar ook wel door middel van de vingers), wordt de illusie van een doorklinkende noot opgewekt.
- Snelle afwisseling tussen twee verschillende noten
Dit komt je meestal tegen bij toetseninstrumenten. Dit type tremolo wordt ook wel een triller genoemd.
- Gitaar tremolo arm
Op gitaren kan er een arm vast zitten aan de brug van een gitaar. De gitarist kan door de arm op en neer te bewegen de brug kantelen. Als gevolg hiervan verandert de spanning op de snaren. Dit heeft weer een wijziging in toonhoogte tot gevolg. Deze arm noemen we ook wel "tremolo arm". Een andere veel gebruikte term is "whammy bar"
Periodieke variatie in toonhoogte wordt in de muziekwereld vibrato genoemd. Periodieke variatie in amplitude (volume) wordt tremolo genoemd. Omdat een tremolo arm de toonhoogte en niet de amplitude varieert, is de naamgeving dus eigenlijk foutief. De verwarring onder gitaristen is veroorzaakt door Leo Fender. Deze bracht gitaren uit met een tremolo (die voor een toonhoogte variatie, dus vibrato effect kon worden gebruikt) en versterkers met een vibrato (die voor een amplitude variatie, dus tremolo effect kon worden gebruikt). Door het succes van de Fender gitaren en versterkers is de naamsverwisseling bij gitaristen diep ingesleten.
- Amplitudewisseling
Zoals hierboven ook al is aangegeven, wordt in de muziek een periodieke variatie in amplitude aangeduid als tremolo.