Ik heb nu een aantal effecten. Hoe kan ik deze het beste aansluiten?De meeste moderne versterkers beschikken over meer dan slechts een gitaaringang. De kans is groot dat je versterker ook twee aansluitingen heeft met de labels "send" en "return" (respectievelijk een uitgang en een ingang) erboven. Waar zijn deze goed voor? Nou... Normaal gesproken is de route van je gitaarsignaal als volgt: Gitaaringang --> voorversterker met equalizer (dit gedeelte van de versterker is verantwoordelijk voor de meeste kleuring van je geluid, en mogelijk ook distortion) --> eindversterker (verantwoordelijk voor het volume van je versterker, hoewel bij buizeneindversterkers het geluid ook nog bijgekleurd wordt). ![]() Alles goed en wel, maar waar zijn die extra in- en uitgang dan voor? Sommige (modulatie- en ambience-) effecten klinken beter, of komen beter tot hun recht, als ze na de distortion of andere vormen van kleuring van het signaal geplaatst worden (dus ook na de voorversterker). Het zou bijvoorbeeld niet goed klinken als je een reverb of delay vóór de overdrive of distortion zet. Je wilt immers een reverb over je overstuurde klank, en geen overstuurde reverb of delay, omdat je hele signaal dan een dikke brij wordt. Er bestaan wel een soort richtlijnen voor het plaatsen van effecten in je signaalketen:
Echter, zoals gezegd: het zijn richtlijnen en echte regels zijn het niet. Dus wees vrij om ze te doorbreken en te experimenten, misschien vind je het juist lekkerder klinken op een andere manier. Het kan allemaal! ![]() Heb je trouwens geen FX-loop, maar wil je wel effecten plaatsen, dan is dat ook geen ramp, zolang je ze gebruikt op het cleane kanaal van je versterker. Hou dan alleen wel in gedachten dat je modulatie-effecten NA compressors, overdrives en/of distortions (in die volgorde, trouwens) plaatst. De effecten reageren sterk op elkaar, zoals hierboven reeds genoemd. Effecten als chorus, delay, phasers, flangers en reverb dienen daarna geplaatst te worden voor het mooiste resultaat. Een uitzondering vormt trouwens de wah. Deze kan geheel naar eigen smaak geplaatst worden. De meeste mensen plaatsen hem echter het liefst vóór de distortions, omdat een wah stoeit met het middengebied van je signaal en bepaalde frequenties oppept (hoe diep je het pedaal intrapt bepaalt welke). Distortions reageren hierop en vervormen dan het extra versterkte frequentiegebied wat meer, wat een feller geluid geeft. Ook je versterker zelf reageert er zo feller op. Ga je echter wel het overdrive-kanaal van je versterker gebruiken, zet dan die modulatie-effecten in de FX-loop, en plaats boosters, compressors, overdrives en distortions voor de gitaaringang. ![]() Multi-FX Maar wat moet je nu doen wanneer je nu een multi-effect apparaat hebt? Als je multi-effect ook een voorversterker bevat, en jij je versterker alleen maar wilt gebruiken om het geluid wat je met je multi-effect maakt uit te versterken, dan ben je snel klaar. Dan heb je namelijk alleen maar de FX-return uit je loop nodig en klaar ben je. Zet wel de speakersimulatie van je multi-effect uit, die heb je dan namelijk niet nodig. Je versterker heeft immers een gitaarspeaker, dus waarom zou je er ook nog eens één willen simuleren? Wil je echter de effecten uit de multi-effect gebruiken op het geluid van je versterker zelf, dan wordt het iets ingewikkelder:
![]() Probeer dit maar eens uit. Houd wel in gedachten dat je bij het aansluiten en inschakelen in eerste instantie het volume heel laag houdt. Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat je wat instellingen moet aanpassen voordat dit werkt. Het volume van de multi-effect, de ingangsgevoeligheid ervan, maar ook het volume van je voorversterker, omdat de multi-effect kan gaan vervormen van een te hoog ingangssignaal. Het kan zijn dat je op de multi-effect bovendien de FX-loop apart moet inschakelen. Bij de Boss GT-serie bijvoorbeeld, dien je bij OD/DS (overdrive/distortion) de External OD/DS te selecteren (een extern vervormingsapparaat – daar valt dus ook een externe voorversterker onder). Twee soorten FX-loops Sommige versterkers beschikken over een seriële FX-loop, anderen juist een parallele. Bij een seriële loop wordt 100% van je voorversterkte signaal door de loop (en dus door de effecten) geleid. Veel muzikanten vinden echter dat hun geluid ervan achteruit gaat. Ga maar na: als je goedkopere, minder goeie effectenapparatuur gebruikt, kan dat het signaal erg bijkleuren of verzwakken. De oplossing is de paralelle FX-loop, waarbij je zelf instelt hoeveel van je voorversterkte signaal er naar de effecten gaat. De rest blijft onbewerkt en gaat rechtstreeks naar de eindversterker, zodat het oorspronkelijke geluid van je versterker aanwezig blijft. Zo kun je dus het ‘droge’ (niet bewerkte) en ‘natte’ (wel met effecten bewerkte) signaal mixen met een FX-mixknop. Zo heb je dus meer controle over je geluid. Origineel: Stefan Leonhardt, http://www.guitarnoise.com/ |
|||